Surround geluid, heeft het nog wel zin?
Het leek allemaal zo goed te beginnen in het midden van de jaren tachtig. Geluid om je heen, net zoals in de bioscoop. Kleine effect luidsprekers achter je plaatsen en je beleeft een film alsof je erbij bent. Inmiddels lijkt het surround geluid enkel iets voor echte liefhebbers te zijn. Te moeilijk op te stellen, teveel luidspreker(tjes), teveel gedoe. Nee, dat willen we niet. Of toch wel? We beperken ons in dit verhaal tot de 5.1 opstelling vanwege de eenvoudige en dagelijkse bruikbaarheid.

Geen zin in moeilijke taal, ga dan direct naar: ” Wat hebben we aan surround?”.

Surround – een korte geschiedenis van surround geluid bij “beeld”.
Kort is kort, dus snel er doorheen.
– 1940, Fantasia van Walt Disney in 3 kanalen in de bioscoop (Fantasound – L,C,R).
– 195X, Cinerama deels geschakeld naar 7 kanalen (L,Lc,C,Rc,R,Sl,Sr).
– 195X, Cinemascope geluid naar 4 kanalen(L,C,R,S).
– 195X, Vistavison (Perspecta) geschakeld naar 3 kanalen(L,C,R).
– 195X, Todd AO, geluid naar 6 kanalen (L,Lc,C,Rc,R,S).
– 1976, Dolby Stereo, 4 kanalen analoog bewerkt naar stereo (2 kanalen) (L,C,R,S).
– 1978, Dolby Split Surround (test: Film Superman) (L,LcLFE,C,RcLFE,R,Sl,Sr).
– 1991, Dolby Digital, 6 kanalen digitaal (L,C,R,Sl,Sr,LFE).
– 1992, DTS, 6 kanalen digitaal (L,C,R,Sl,Sr,LFE).
– 1992, SDDS, 8 kanalen digitaal (L,Lc,C,Rc,R,Sl,Sr,LFE).
– 2000+ Dolby Digital EX / DTS ES, tot 8 kanalen (L,C,R,Sl,Sr,Sbl,Sbr,LFE).
– 201X, Dolby True HD/ DTS HD Master Audio, tot 8 kanalen “discreet” (L,C,R,Sl,Sr,Sbl,Sbr,LFE).
– 2012, Dolby Atmos, tot 128 kanalen te verdelen over 12 kanalen (4 hoogte kanalen).
– 201X, DTS:X, ongelimiteerde kanalen te verdelen over 13 kanalen (4 hoogte, 2 LFE).

Notitie: Enkel de “belangrijke” zijn vermeld. Natuurlijk zitten er vast wat (research) foutjes in. Vooral in hoeveel kanalen het nu exact zijn. Een hele uitzoekklus. Het gaat in deze blog enkel over de zinnigheid in de huiskamer.

Dolby Stereo – de grote verwarring (Deze is nog steeds belangrijk!).
Hoe kan je nu een “surround codering” een naam geven met het woord stereo erin. Het leek logisch. Met Dolby stop je vier kanalen in twee, dus is het geen gewoon stereo, het is Dolby Stereo. Dus speel je het stereo weer af met Dolby, dan worden het weer vier kanalen. Het probleem is dat Dolby al voor de ruisonderdrukking bekend staat. Dan lijkt de naam te refereren naar stereo met ruisonderdrukking. Niet dus. Vandaar dat het later de (huiskamer) naam Dolby Surround heeft gekregen. Laat dat nou nog steeds heel relevant zijn. De manier van meerdere kanalen in twee stoppen is namelijk wat later in Dolby Pro Logic ook is gebruikt. Met Dolby Pro Logic II kunnen de achter kanalen zelfs in stereo worden weergegeven. Zo worden het vijf kanalen. Omdat de laagste tonen naar een subwoofer kunnen worden gestuurd lijkt het 5.1 (.1 is de sub). Dit is een manier die in 1978 is gebruikt (Split Surround). Met de film “Apocalypse Now” kwam het echte analoge 5.1 die we nu kennen. Later zou dit digitaal gaan worden met Dolby Digital.

Dolby Digital – het grote gemak.
Pas met het digitaliseren van de audio kwam de mogelijkheid om de kanalen goed gescheiden te verdelen. Nu zonder analoge trucjes die vervorming en ruis veroorzaken. Dolby Digital 5.1 is hiermee een feit. De compressie van Dolby Digital (MP3 achtig) zorgt voor gereduceerde data zodat de audio niet teveel opslag in beslag neemt. Daardoor inmiddels ook bruikbaar voor streaming diensten.

Het bovenste samengevat (wat van nut is).
Dolby Stereo, nu Dolby Pro Logic (II) – kan van 2 gecodeerde kanalen weer surround maken.
Dolby Digital is 6 kanalen (bij 5.1). Kan minder zijn, het ligt eraan wat er gebruikt is door de maker.
Dus ook al staat ergens Dolby Digital vermeld, kijk altijd of het daadwerkelijk 5.1 is.

Wat hebben we aan surround?
Ten eerste dit. Surround is NIET enkel voor films. Surround is bruikbaar voor alles wat een verdeling van geluidskanalen kan gebruiken. Het verdelen van geluid over meerdere luidsprekers zorgt ervoor dat alles verstaanbaarder wordt. Mensen zijn in staat om zich te concentreren op één bepaalde geluidsrichting. Dat is niet mogelijk als al het geluid enkel uit twee richtingen komt. Ook al lijkt het alsof er iets uit het midden komt (exact tussen de luidsprekers), wanneer je er niet recht voor zit dan is dat meteen teniet gedaan. Het verdelen geeft echte richting, waar je ook zit.
Voorste luidsprekers surround opstelling
Voorbeeld 1 – de center (midden-luidspreker).
De center is de meest bruikbare luidspreker in een surround-opstelling. Hoor je een commentaarstem niet goed? Geen probleem. Zet de center tijdelijk wat harder. Andersom kan ook. Wil je meer “omgeving” horen? Zet de center zachter en het totaalvolume harder. Je zit dan meer in de omgeving. Dit kan zelfs wanneer het oorspronkelijke geluid stereo is. Met Dolby Pro Logic II ontstaat (bijna altijd) er een center-kanaal die dus harder of zachter gezet kan worden. Dus toepasbaar op TV en alle video streaming diensten. Zowel in Dolby Digital als (PCM) stereo. Soms is stereo al in echt Dolby Surround. Oudere films (vanaf 1976: Dolby Stereo) werken dan heel mooi met Dolby Pro Logic II (als ze al niet naar Dolby Digital 5.1 zijn gezet). Probeer het maar.
Voorbeeld 2 – rust in luisteren.
Stereo kan erg “opgepropt” aanvoelen, vooral op kleine luidsprekers. Niet iedereen kan een hele grote stereoset kwijt. In dat geval is surround bruikbaar op twee manieren. Het afscheiden van hele lage tonen naar een subwoofer geeft kleine luidsprekers minder weer te geven. Deze vervormen dan minder en het gehele geluid is aangenamer. Dat in de stand stereo+sub (is 2.1). Met het geluid van “Dolby Pro Logic II Music” is het zelfs mogelijk om muziek luchtiger weer te geven. Elke stereo-fiel zal dit afwijzen, maar het klinkt vaak echt leuk. Trouwens, je hebt ook muziek die in echt surround is opgenomen. Meestal in DTS (Digital Theater Systems), want die heeft minder compressie. Dat is best een mooie beleving. Zoek op “DTS Audio CD” en er komt knap wat naar boven. Zie de voorbeeld hoesjes.
Voorbeeld 3 – niet te hard, niet te zacht.
Dolby Digital nog een handige functie die zeer bruikbaar is. Vaak aangeduid als de “Late Night” functie. Is het geluid te dynamisch voor een bepaald moment, dan is deze functie inzetbaar. Zo kan geluid waarbij het verschil tussen hard is zacht erg groot is worden gladgestreken. In de late uurtjes kan het geluid worden beperkt tot nagenoeg één gelijkwaardig volume. Geen schrikreactie bij actiefilms meer nodig. De instelling is (meestal) in stappen te regelen, van matig naar veel beïnvloeding van de dynamiek.
Wat als ik GEEN achter-luidsprekers wil?
Het niet gebruiken van achter-luidsprekers (surround kanalen) is natuurlijk een gemis. Toch is het minder erg dan het lijkt. Met nog 3 kanalen voorin is die belangrijke center nog aanwezig. Deze 3.1 opstelling is wat de meeste soundbars creëren (natuurlijk met subwoofer). Het is wel aan te raden om “echte” luidsprekers te plaatsen en geen soundbar. Dat is stereo muziek nog helemaal wat het moet zijn.
Wat aan te schaffen – versterkers.
Een grote surround opstelling is natuurlijk gewenst om zeer veelzijdig te kunnen zijn. Maar goed, er zijn goede kleine luidspreker alternatieven. Daarbij is de nodige versterker ook een stuk slanker en minder complex. Hieronder enkele voorbeelden van kleine surround versterkers. Deze kunnen ook meteen streamen. Internet radio, Bluetooth, AirPlay, Netwerk (NAS), USB-opslag. Wel op een router aansluiten voor het beste resultaat, anders via Wifi.
Wat aan te schaffen – luidsprekers.
Er zijn veel mogelijkheden in luidsprekers. Ga niet te klein, want het geluid heeft enige omvang nodig. Belangrijk bij kleine luidsprekers is een goede subwoofer, deze moet immers veel aanvullen. Bij grotere modellen (6 inch woofers) is het mogelijk om zonder subwoofer te spelen. De lage tonen gaan minder diep maar kunnen voldoende zijn, vooral in de huiskamer. Wel moeten de luidsprekers van hoge kwaliteit zijn, anders gaat de bas vervormen. Eerst uitproberen is echt een must!
Als laatste, een opsomming.
Dus een stevige surroundset kan van mono tot en met de naar behoefte aangesloten kanalen afspelen. Een kleinere set ook, maar dat zal het traditionele stereo natuurlijk minder “dik” klinken. Een geluidsrichting is voor het oor makkelijker te bepalen omdat die “echt” ergens vandaan komt. De center-luidspreker kan worden gebruikt om dialogen verstaanbaarder te maken (harder) of juist de ruimtelijkheid te vergroten (zachter). Dit is meestal direct op een afstandsbediening aan te passen.